Guy Verhofstadt, Thierry Baudet en Arjan Vliegenthart hebben m.i. alledrie gelijk.

Ref.: Buitenhof van 22 januari 2012

Redden van de euro is m.i. cruciaal voor de verdere ontwikkeling van de Europese Unie. Solidariteit is daarvoor een vereiste. Maar laten we eerlijk zijn; de wet van de communicerende vaten gaat ook op in deze huidige financiële crisis. Door zich aan te sluiten bij het verdrag van de EU hebben de rijke lidstaten moreel impliciet geaccepteerd dat zij armlastige lidstaten financieel zullen steunen. Verder vind ik ook dat een daadwerkelijke ontwikkeling van een Europese Unie zeker de steun en het enthousiasme van de burgers in de lidstaten nodig heeft. De discussie vindt m.i. te veel plaats in fora, waarin politici en rechtsfilosofen met elkaar van gedachten wisselen. Het wordt tijd dat vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, in het bijzonder die van het midden- en kleinbedrijf aan die discussies (ook bij Buitenhof), deelnemen. Dan is er m.i. een grotere kans dat de burgers van de lidstaten van de EU (overigens zijn die allemaal ‘ EU citizens’, wat velen zich niet realiseren) het enthousiasme en het optimisme van Guy Verhofstadt kunnen begrijpen en mogelijk ook kunnen delen.
De kritische noot van Thierry Baudet en Arjan Vliegenthart vind ik zeer waardevol. Zelf ben ik uit de ‘flower power’ generatie, geboren eind 1947. Onze generatie heeft een gestadige economische groei in Nederland meegemaakt. Mijn kinderen zitten echter in een tijdsgewricht waarin economische groei niet meer zo vanzelfsprekend is. Toch biedt deze generatie van jonge mensen m.i. een uitzicht op een betere wereld, waarin het voeren van oorlog om problemen op te lossen wordt afgewezen. Waarom ik dat zo kan stellen is om de volgende reden. Jonge mensen hebben door de  communicatiemiddelen, die wij nu tot onze beschikking hebben de kans om relaties aan te gaan met leeftijdsgenoten in de gehele wereld. Het onderscheid tussen goed en kwaad kan ondanks de verschillende culturen, waarin deze jonge mensen leven, worden besproken via e-mailen en andere hedendaagse communicatiemiddelen. De universele rechten van de mens worden door die jonge mensen veel beter begrepen en omarmd, niet alleen omdat ze beter zijn geїnformeerd, maar ook omdat oorlog voeren zo ongenadig openlijk op TV zichtbaar wordt. Een jong mens (en niet alleen een jong mens) kan daar alleen maar van walgen. Ik ben ook van mening, dat Europa tegenover de VS, China en India alleen een echte invloed kan uitoefenen op de wereldpolitiek als de lidstaten als een team met elkaar samenwerken. Dat betekent voor mij dat de lidstaten, als zij echt willen zwemmen, niet alleen hun tenen nat moeten maken, maar met vertrouwen in elkaar en in de toekomst van Europa in het water gaan springen. Dat mag nu wel een keer gaan gebeuren na meer dan 60 jaar oefenen in het ‘kikkerbadje’.
Als octrooigemachtigde en European Patent Attorney maak ik die koudwatervrees in mijn vakgebied ook mee. Al vele decennia proberen de octrooigemachtigden (patent attorneys) een Europese ocrooirechtbank te laten oprichten t.b.v. hun  cliënten om vooral kosten te kunnen besparen op octrooirechtelijke procedures  en daardoor een betere concurrentiepositie voor Europa t.o.v. concurrenten buiten Europa, zoals b.v. Japan, de VS, China en India te kunnen realiseren. Verder maakt het procesmonopolie dat advocaten genieten in Europa octrooi-procesvoering onnodig duur. Dat monopolie moet m.i. daarom op de helling. Hierbij verwijs ik naar een recente publicatie van mij op internet
http://patentattorneyrightofrepresentation.blogspot.com/
22 januari 2012, Den Haag                                                           Jowi Burger